Maarten Keulemans noemt het in de Volkskrant 'dé vraag': word je onvoorzichtig met een mondkapje op? Nee dus, en dit bezwaar kan subiet verbannen naar de almaar uitdijende mestvaalt der pseudowetenschappelijke gelegenheidsargumenten. Maar deze herhaling van zetten wijst op het traineren van containmentmaatregelen, en actiegroep Containment Nu eist dat het Outbreak Management Team daarmee stopt.

Door Jaap Stronks - 28 juli 2020

Het probleem is dat dit helemaal niet 'dé vraag' was, maar een zoveelste vertragende afleiding. Nederland is een van de weinige landen die vooralsnog niets moet hebben van gezichtsmaskers, omdat Nederland nog altijd een mitigatiestrategie hanteert waarbij pas maatregelen worden getroffen als de ziekenhuizen te vol raken.

Maatregelen die bij containment horen, zoals grootschalig testen, intensiever bron- en contactonderzoek en het gebruik van gezichtsmaskers in publieke binnenruimten worden structureel ondergraven met gelegenheidsargumenten, waardoor het weken duurt voordat ze onschadelijk zijn gemaakt.

Voor maskers zijn al diverse tegenwerpingen de revue gepasseerd. We bespreken ze een voor een.

1

Effectiviteit

Het standpunt van het RIVM en het OMT is dat de effectiviteit van gezichtsmaskers niet is bewezen. Dit is een ui die we zorgvuldig moeten afpellen.

Om te beginnen stelde het RIVM onlangs nog dat de afwijzing van gezichtsmaskers door Jaap van Dissel geen wetenschappelijke motivering had, maar was gebaseerd op diens 'persoonlijke ervaring'.

Deze verklaring is inmiddels ingehaald door de actualiteit, maar is relevant om te noemen – deze volgde namelijk op een overtuigende kritiek op de eerdere claim dat de afkeer van mondneusbescherming door burgers wél wetenschappelijke fundering zou genieten. Die kritiek werd onder meer naar aanleiding van onderstaande video geuit.

Deze uitleg van Jaap van Dissel (zie ook de RIVM-onderbouwing) is gebaseerd op een verkeerde lezing van de door Van Dissel aangehaalde metastudie door Brainard et al (2002), zo blijkt uit deze draad van Oege Dijk. Die wijst bijvoorbeeld op de recentere meta-studie is van Liang et al (2020) die een gemiddeld effect vindt van maar liefst 47% bescherming (verlaging van de primary infection rate) - en zo zijn er meer onderzoeken die eerder wijzen op een beschermend effect.

Toch klopt het dat wetenschappelijk bewijs van effectiviteit in de publieke ruimte op populatieniveau schaars is, maar daar is een goede reden voor: aan een grootschalige randomised trial met controlegroep kleven vanzelfsprekende ethische bezwaren. Een dergelijk onderzoek zou vereisen dat grote groepen mensen zonder gezichtsbescherming worden blootgesteld aan een potentieel dodelijk virus, enkel om een reeds stevig overeind staande hypothese dat maskers levens redden nog iets meer te staven.

Wanneer bestaande studies voldoende indicatie geven van de effecitiviteit van gezichtsmaskers in de reductie van virustransmissie, zoals zelfs blijkt uit RIVM-onderzoek – mijn Containment Nu-collega Mick Blok noemt het RIVM bij Joop.VARA.nl zelfs de beste pleitbezorger van maskers – geldt het voorzorgsbeginsel en de overweging dat de afwezigheid van bewijs geen bewijs is van afwezigheid van effectiviteit.

Dat de wetenschappelijke instituten van vrijwel alle andere landen gezichtsmaskers in publieke ruimten adviseren, en dat dit ook een thans geldige maatregel is in de meeste landen, is een overtuigende indicatie van de consensus op dit vlak.

Er is voldoende urgentie om het voorzorgsbeginsel te laten prevaleren boven het voordeel van wetenschappelijke zekerheid tot nog verder achter de komma: op het moment van schrijven is de R0-waarde in Nederland 1.4 en is redelijkerwijs sprake van exponentiële groei. Elke kans op reductie van de verspreidingssnelheid moet met beide handen worden aangegrepen.

Hier geeft de achterliggende doelstelling de doorslag: zoek je naar inzetbare instrumenten in pandemiebestrijding, of naar argumenten om de afwijzing ervan te onderbouwen?

Update: verkeerde conclusies uit Noors onderzoek

Op de persconferentie van 29 juli 2020 stelde Van Dissel dat uit Noors onderzoek – dit onderzoek, dat niet peer-reviewed is noch in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift is gepubliceerd – zou blijken dat er geen wetenschappelijk bewijs zou zijn voor de effectiviteit van niet-medische mondkapjes.

De reden: je zou 200 duizend mensen een week lang een masker zouden moeten dragen om 1 besmetting te voorkomen, al je uitgaat van een beschermende werking van 40%. Maar dat geldt alleen bij een lage besmettingssnelheid van 5 nieuwe cases per 100,000 mensen, de toenmalige situatie in Noorwegen. Bij een hogere weekly incidence hoeven veel minder mensen een masker te dragen om het aantal cases te verminderen, blijkt uit onderstaande tabel, afkomstig uit datzelfde onderzoek.

En dat is in Nederland het geval: het wekelijkse gemeten aantal nieuwe infecties is nu in Rotterdam het tienvoudige, en in werkelijkheid nog veel hoger.

Noot: Van Dissel neemt door het getal van 200.000 te herhalen nu opeens de veel hogere beschermingsfactor van 40% over die volgt uit het meta-onderzoek van Liang et al (2020), in plaats van de risk reduction-factor van 6% die volgde uit het onderzoek van Brainard et al (2002), die ook in de tabel staat vermeld, en waar Van Dissel zich eerder nog op baseerde.

Deze tabel is op onnavolgbare wijze tot stand gekomen. Bij een 40% risico-reductie zou je van de 5 infecties per 100 duizend er niet 0.5/100k maar 2/100k infecties voorkomen. Onduidelijk is ook wat de relevantie is van de aanname dat 20% van de infectueuze mensen geen symptomen hebben.

Het belangrijkste bezwaar tegen de inzet van dit onderzoek niet zomaar gebruikt kan worden als onderbouwing voor een advies dat maskers in de huidige Nederlandse situatie geen zin hebben, blijkt ook uit de tekst zelf: 'given the low prevalence of COVID-19 currently' evenals'in the current epidemiological situation' zijn reserves die een categorische afwijzing van gezichstmaskers geenszins rechtvaardigen. Immers: de meeste maatregelen zijn niet effectief als er domweg niet veel viruscirculatie is.

Een Noors onderzoek concludeert dat maskers niet erg effectief zijn als er maar heel weinig mensen besmet zijn

Het vermoeden rijst dat hier geen wetenschapsgedreven gezondheidsbeleid wordt ontwikkeld, maar dat eerder sprake is van selectief winkelen in academische literatuur van dubieus allooi ter legitimering van een reeds voltooid politiek besluitvormingsproces. De analyse van andere gehanteerde argumenten versterkt dat vermoeden alleen maar.

2

Aerosole transmissie

Gezichtsmaskers zouden weinig zin hebben wegens het ontkennen van transmissie via adem, spraak en zang: je zou vooral pas besmettelijk zijn bij symptomen en dan blijf je thuis en is een masker onnodig, en anders als je je handen wast.

Op 10 april stelde het RIVM tegenover NU.nl bijvoorbeeld dat áls mensen besmettelijk zijn voordat ze merkbare symptomen hebben, dat het virus zich alsnog via het neusslijmvlies zou verspreiden, en vervolgens via voorwerpen, contactoppervlakken en handcontact. Handen wassen zou hiertegen soelaas bieden. Dit ontkent de mogelijkheid van aerosole transmissie via spraak, zang en ademtocht.

3

Schijnveiligheid

Gezichtsmaskers zouden zorgen voor schijnveiligheid en roekeloos gedrag doordat mensen zich beschermd wanen. Onder meer RIVM en Hugo de Jonge hebben dit verteld, maar ook OMT-leden herhalen dit geregeld. Het blijkt blijkt onwaar, en niet een klein beetje. De Volkskrant schrijft:

Al jaren wijzen psychologen erop dat de wipwaptheorie van ‘risicocompensatie’ een ‘dood paard is waaraan je niet meer moet trekken’, aldus het drietal. ‘We zouden daaraan willen toevoegen dat dit dode paard nu eindelijk eens moet worden begraven.’
De Volkskrant

Het artikel vervolgt:

Wetenschappers van de RIVM-gedragseenheid willen vanwege de politieke gevoeligheid van het onderwerp niet reageren op het BMJ-artikel. Wel worden de nieuwe inzichten verwerkt in het aankomende, vernieuwde OMT-advies over mondneusmaskers, laat een woordvoerder weten.

Nou, dat is gebeurd: het OMT verwijst het onderzoek van de gedrags-unit van het RIVM naar de prullenbak wegens 'artificieel van opzet' en niet overtuigend:

Hieruit blijkt dat het OMT vasthoudt aan het argument van 'schijnveiligheid' zonder zich hier te bekommeren om wetenschappelijke fundering. OMT-labvirologen beargumenteren hun vasthoudende afwijzing van gezichtsmaskers met beweringen over menselijk gedrag die in lijnrechte tegenspraak zijn met wetenschappelijke consensus in de hier relevante wetenschapsgebieden van gedragswetenschappen en psychologie, alsmede in strijd met adviezen van de RIVM-gedragsunit.

Dit is cherry picking voorbij – hier wordt geschermd met niet-bestaand fruit door patatbakkers die vertellen dat u fruittelers vooral niet moet geloven als het om kersen gaat.

4

Substitutie

Gezichtsmaskers zouden contraproductief werken als ze worden ingezet als vervanging van andere maatregelen zoals afstand houden, terwijl er geen sprake van is dat gezichtsmaskers worden ingezet om andere maatregelen te kunnen afschalen.

5

Vrijheid

Gezichtsmaskers zouden zorgen voor een onnodige inperking van de vrijheid, aldus labviroloog Anne Wensing, terwijl je juist meer bewegingsvrijheid hebt als mensen maskers dragen, en helemaal als daarmee het virus wordt ingedamd – bovendien zou het niet onnodig zijn, omdat ze werken.

6

Handhaving

An eloquent introduction to this section

Een maskerplicht zou moeilijk zijn te handhaven, aldus Veiligheidsberaad-voorzitter Hubert Bruls - terwijl andere landen daar toch uitstekend toe in staat blijken.

Bovendien wordt het gebruik van gezichtsmaskers verengd tot een te handhaven verplichting door de overheid: het is ook mogelijk ze enkel aan te bevelen, of de verantwoordelijkheid voor handhaving bij winkels te leggen, wat de verantwoordelijkheid op de handhaving verlegt naar winkeleigenaren, wat de noodzakelijke capaciteitsinzet van bijvoorbeeld de politie op zijn minst sterk vermindert.

7

Invoeringssnelheid

Bruls stelde ook dat een maskerplicht niet op korte termijn ingevoerd zou kunnen worden - terwijl het eenvoudig is om af te kondigen dat ze per onmiddelijke ingang streng worden aanbevolen en over een weekje verplicht worden in bijvoorbeeld winkels en supermarkten.

8

Niet nodig

An eloquent introduction to this section

Het kabinet wil geen mondkapjesplicht, omdat het daarvoor domweg 'geen reden' ziet, meldt bijvoorbeeld Hart van Nederland. Dit impliceert dat ze niet nodig zijn omdat het zonder maskers ook mogelijk is het virus onder controle te houden.

Dit staat in schril contrast met de oplopende stijgende besmettingen, een stijging die echter wordt gebagatelliseerd.

9

Juridische haalbaarheid

Niet een argument van het OMT, maar toch volledigheidshalve bijgevoegd: hoogleraar staatsrecht Jefi Uzman zegt dat een mondkapjesplicht juridisch niet haalbaar zou zijn. Dat zou een wettelijke basis vereisen.

Het is echter de vraag of het argument van de aantasting van de persoonlijke levenssfeer stand houdt. Dit belet de overheid niet om bijvoorbeeld met klem gezichtsmaskers te adviseren, kunnen winkels mogelijk wel hun klanten verplichten mondneusbescherming te dragen, en kan een eventueel noodzakelijke wettelijke basis alsnog geregeld worden.

10

Exceptionalisme

In de persconferentie van 29 juli stelde Jaap van Dissel dat er nog geen onderzoek naar Nederlanders is gedaan, en hoe zij omgaan met mondkapjes.

Dit is een typisch voorbeeld van Nederlands exceptionalisme en een vals beroep op een fictieve nationale inborst. Nederlanders zijn niet fundamenteel verschillend van mensen uit andere landen - en dan nog zou dit hooguit een verwachting doen ontstaan dat we er iets anders mee zouden omgaan, niet dat een belangrijk instrument in pandemiebestrijding met zekerheid bij voorbaat kan worden opgegeven. Een prachtvoorbeeld van 'life imitating art', want dit schreef De Speld ook al.

11

Publieke ruimte

Maskers zouden geen zin hebben, omdat de meeste besmettingen niet in de publieke ruimte zouden plaatsvinden. Een meerderheid van de besmettingen waarvan de setting bekend is, vindt plaats binnen de familiesfeer, maar voor slechts 41% van het totale aantal besmettingen geldt dat de setting bekend.

Het is aannemelijk dat dat juist geldt voor besmettingen in de gezinssituatie – eerst was je huisgenoot ziek, en nu jij, dus weet je van wie je het hebt opgepikt – terwijl besmettingen met onbekende bron doorgaans in de publieke ruimte hebben plaatsvonden, of een locatie waar in elk geval maskers gedragen kunnen worden. Dit is dan ook een misleidende gevolgtrekking. Zie hieronder het fragment van Marc Bonten uit De Nieuws BV en de cijfers uit het RIVM-weekrapport.

Bron: RIVM. Besmettingen in familieverband zijn 73,6% van alleen de besmettingen waarvan de setting bekend is.

Dat zijn al tien problematische argumenten. Het volledige verhaal over maskers, als dossier dat we bijhouden, staat hier. Voor testen gold en geldt hetzelfde.

12

Conclusie: trainering

Containment-maatregelen worden structureel getraineerd.

Nederland volgt een mitigatiestrategie waarbij pas wordt ingegrepen als de ziekenhuizen te vol dreigen te raken – dat leggen we hier duidelijk uit. Hoewel recentelijk RIVM en OMT hebben gezinspeeld op de mogelijkheid het virus tot nul terug te brengen, is dit niet als beleid overgenomen. Er is een nieuwe opleving, maar maatregelen blijven uit.

Zelfs als het OMT nu toch gezichtsmaskers gaat adviseren, lost dit het kernprobleem niet op: er is onvoldoende bereidheid om tijdig en pro-actief de vereiste maatregelen te nemen om het virus écht in te dammen. RIVM en OMT committeren zich kennelijk aan een gekozen beleid en bijbehorende woordvoeringslijn die elk gelegenheidsargument aangrijpen om de invoering van noodzakelijke containment-instrumenten te traineren. Dat is in elk geval de uitwerking van de voortdurende tegenwerpingen tegen bewezen doeltreffende maatregelen.

We lopen achter de feiten aan en roepen een tweede piek over ons af, zolang de overheid weigert voor indammen te kiezen, en omdat de Nederlandse pandemie-aanpak wordt geregisseerd door labvirologen en zorgmanagers die de ambitie en expertise ontberen om een epidemie doelmatig te bestrijden.

Het is tijd om de regie te geven aan veldepidemiologen en publieke-gezondheidsdeskundigen die de benodigde expertise hebben om het virus wég te krijgen. Dat is beter voor de volksgezondheid, de zorg, de economie én onze vrijheid.

Actiegroep Containment Nu is een onafhankelijk burgerinitiatief dat pleit voor een containmentstrategie die het virus indamt naar voorbeeld van landen als Zuid-Korea, Duitsland en Denemarken.

Uitklappen
aan het laden

Lees ook: