Ons land verlaat deze weken de “intelligente lockdown” als een van de zwaarst getroffen landen ter wereld, met ruim negenduizend sterfgevallen inclusief oversterfte. Zorgwekkender is de uitblijvende ambitie om het voorbeeld te volgen van landen die het virus weten uit te doven. Containment kán gewoon – we moeten het alleen maar willen.

29 mei 2020 - door Jaap Stronks

Opvallend genoeg is containment überhaupt nooit een van de mogelijke scenario’s geweest waaruit volgens kabinet, OMT en RIVM gekozen had kunnen worden.

Zoals Mark Rutte in zijn toespraak van 16 maart uiteenzette, koos Nederland voor scenario ‘Het virus maximaal controleren’, een wat Orwelliaans aandoend synoniem voor toegestane doch vertraagde verspreiding van het coronavirus, onderwijl groepsimmuniteit opbouwend terwijl kwetsbare groepen afgeschermd hadden moeten worden.

De afgewezen alternatieven waren ‘het virus zijn gang laten gaan’ en ‘het virus maximaal tegenhouden’. Wat ontbrak was de mogelijkheid die afwisselend ‘containment’, ‘indammen’ of ‘eliminatie’ wordt genoemd: het telkens doven van elk oplaaiend brandhaardje met testen, traceren en isoleren (TTI), met een kortdurende lokale lockdown als optioneel hulpmiddel indien een uitbraak te hevig is om binnen de perken te houden, waarna reguliere containment kan worden hervat.

Dat is wat we begin maart hadden kunnen doen, nadat carnavalvierders en terugreizende wintersporters hadden gezorgd voor een infectiegolf waartegen de regionale GGD’s met hun test- en traceermogelijkheden niet bestand waren. Waarom een snellere, strengere en tijdelijke lockdown niet is ingezet om het virus toen alsnog te beteugelen, om GGD’s een herkansing te geven en gewoon dóór te gaan met containment, is nooit opgehelderd.

Het mag dan door kabinet, RIVM en OMT met regelmaat ontkend worden, maar de strijd met het virus lijkt wel degelijk te winnen. De strategie wordt succesvol toegepast in Azië maar ook Europa: van Zuid-Korea tot Griekenland weet men het virus terug te dringen tot tientallen besmettingen per dag en gemiddeld nul sterfgevallen.

Zoals Devi Sridhar, hoogleraar Global Public Health aan de universiteit van Edinburgh stelt: containment is geen raketwetenschap, het vergt leiderschap, hard werken, aandacht voor detail en goede logistiek.

We laten de kans glippen

Nederland versoepelt de maatregelen nu echter nog vóórdat we op dat punt zijn aanbeland, terwijl we er niet eens zo gek ver vandaan zitten. We laten de kans op containment glippen, domweg omdat de mitigatiestrategie nooit is verlaten.

Waarom is containment nooit een optie geweest? We hebben alle beleidsvoornemens en publieke uitingen van het kabinet, het RIVM en het OMT geanalyseerd en samengevat in deze timeline. Wat opvalt: Jaap van Dissel noemde op 25 maart in de Tweede Kamer de mogelijkheid van test/trace/isolate wel, maar serveerde deze af wegens een gebrek aan testmateriaal en een risico op latere uitbraken blijft bestaan.

Daar is natuurlijk iets op af te dingen. Hoewel er wereldwijd een schaarste aan testmateriaal is, is moeilijk aan te nemen dat Nederland als een van de weinige naties niet in staat zou zijn om voldoende materialen in te kopen om het virus onder controle te krijgen. En Portugal zat met hetzelfde probleem maar besloot gewoon zelf testkits te gaan produceren, en test nu tweemaal zoveel als bijna elk ander land.

Wat de kans op latere uitbraken betreft: de essentie van containment is niet dat dit risico wordt uitgebannen, maar dat je een systeem optuigt dat juist daarmee rekening houdt, deze uitbraken kan opsporen en uitdoven met grootschalig testen, actief bron- en contactonderzoek en isolatie van besmette personen.

En dat werkt: Singapore en Zuid-Korea komen hier weliswaar in het nieuws wanneer sprake is van een nieuwe uitbraak; de constatering dat ze deze telkens weer weten terug te dringen krijgt helaas minder aandacht. Singapore telt tot op heden slechts 23 sterfgevallen.

Drogredenen

Andere argumenten die door kabinetsleden of OMT-leden zijn ingebracht tegen indammen zijn aantoonbaar onjuist of drogredenen. Zo suggereerde Ernst Kuipers van het Erasmus MC op 6 mei in het tv-programma OP1 dat containment een systeem met elektronische enkelbanden zou vereisen. Ann Vossen stelde op 21 april bij Jinek dat we het virus niet willen stoppen, omdat ‘we dan een harde lockdown hadden moeten kiezen’ – alsof het onmogelijk zou zijn van beleid te veranderen.

Margreet de Graaf van GGD Fryslân pareerde de kritiek op de ontoereikende opschaling van bron- en contactonderzoek dat vaker contacten nabellen niet zou stroken met de Nederlandse volksaard.

En Sjaak de Gouw stelde op 18 mei (in onderstaande video) nog dat geleidelijke verspreiding inclusief opbouw van groepsimmuniteit de enige mogelijkheid was omdat Nederland ‘een land met een groot buitenland is’ en het virus alleen zou kunnen buiten houden door de grenzen te sluiten.

Dat laatste argument is zowel onwaar als een omkering van de verhoudingen: juist Nederlanders zal de toegang tot andere landen worden ontzegd zolang wij als virushaard worden beschouwd. Een virus buiten houden kan prima met een algehele grenssluiting, een selectief inreisverbod of anders met verplichte quarantaines.

Het zijn de Europese landen met een succesvol containment-beleid zoals Griekenland en Oostenrijk die aanstalten maken om een onderlinge openstelling mogelijk te maken, en Nederland lijkt voorlopig niet in beeld om mee te mogen doen.

Containment is géén lockdown

Deze week stelde RIVM-modelleur Jacco Wallinga tegenover NOS dat uitdoven alleen kan met een onophoudelijke lockdown. Dat is een fabeltje: juist met een actief rondtrekkend virus kun je de samenleving moeilijk verder openen. Containment betekent juist: met testen & traceren het virus ver genoeg indammen om te kunnen versoepelen.

Opvallend genoeg betoogde hij vervolgens dat een opleving kan worden voorkomen met bron- en contactonderzoek. Curieus: als dat de sleutel is om de groei te stoppen, moet dat alleen maar béter werken vanuit een situatie met minder dagelijkse besmettingen – dan hoef je minder mensen te bellen en te traceren.

In die situatie zouden we verkeren als we de lockdown eerder waren gestart, strenger hadden gemaakt of langer zouden volhouden. En met maatregelen zoals een algemene maskerplicht waren we er nog eerder geweest.

Een algehele maskerplicht zou al veel schelen

Het is goed nieuws dat testcapaciteit en bron- en contactonderzoek überhaupt wordt opgeschaald, al gebeurt het erg laat – de scholen gaan al open – en is onzeker hoe doortastend de maatregelen zullen zijn; eerdere voornemens tot uitbreiding van testcapaciteit hebben immers nog niet tot significante groei van het aantal uitgevoerde tests geleid.

De voorgenomen werkwijze voor bron- en contactonderzoek krijgt intussen stevige kritiek omdat het niet in de buurt van Europese normen komt die geadviseerd worden voor een succesvol indambeleid. Na die kritiek wordt dan gesteld dat we – vooruit, als er zo om gezeurd wordt – die contacten heus nog wel een paar extra kunnen bellen, maar de onmiskenbare indruk blijft dat overheid, OMT en GGD’s toch niet zoveel zin hebben om iets harder te lopen.

Ons kabinet wíl niet indammen

Op alle fronten is Nederland immers trager en onvoorzichtiger in maatregelen: mondkapjes worden ontraden (de verplichting ervan in trein en bus is afgedwongen door OV-bedrijven), het belang van ventilatie wordt ontkend, de rol die presymptomatische transmissie speelt wordt ontkend of gebagatelliseerd, onderwijspersoneel met een snotneus moet gewoon werken, en de scholen gaan al open nog voordat de risico’s goed en wel bekend zijn.

Al dit soort oordelen en redeneringen zijn echter uitstekend verklaarbaar indien ze worden gezien in het licht van de ingezette strategie van toegestane vertraagde verspreiding of ‘mitigatie’, waarbij slechts op IC-capaciteit wordt gestuurd.

Het klinkt macaber en ongeloofwaardig, ware het niet dat het staand beleid is: ons kabinet wil niet indammen. Indien je denkt dat de meeste mensen toch wel besmet gaan raken, waarom zou je meer moeite doen om koste wat kost iedereen te beschermen?

Alle afgekondigde maatregelen ademen dat bestuurlijk defaitisme. Er zijn talrijke argumenten waarop dat sentiment en de daarop gebaseerde strategie in de meest scherpe bewoordingen veroordeeld moet worden: deze aanpak leidt tot hogere sterftecijfers, overlevenden hebben vaak langdurig of chronisch ernstige gezondheidsklachten, bescherming van ouderen en kwetsbare groepen lukt vaak niet, en al zou je daar wel in slagen, dan komt die afscherming neer op maatschappelijke en economische uitsluiting.

En voor de economie hoeven we het niet te doen: helemaal open kunnen we niet met een rondtrekkend virus, en als het buitenland ons in een cordon sanitaire plaatst zijn we economisch nog veel verder van huis.

Indammen moet

Indammen moet, punt. Het huidige beleid van toegestane verspreiding van een dodelijk, maatschappij-ontwrichtend virus nog vóórdat de mogelijkheden voor succesvolle containment zijn uitgeput, kan niet anders uitgelegd worden dan bestuurlijk falen dat ernstig genoeg is om geclassificeerd te worden als misdaad tegen de menselijkheid.

En een koerswijziging gaat niet vanzelf: dat vergt eerlijkheid, openheid en domweg leiderschap. Het kan niet zo zijn dat Nederland het virus niet stopt omdat de politieke leiding er kennelijk geen zin in heeft. Als je geen zin hebt, dan máák je maar zin.

Jaap Stronks is ondernemer en mede-oprichter van het grassroots burgerplatform Containment Nu!.